Als ik haar zie, weet ik dat het een bijzondere avond wordt. We houden van onze gesprekken. Over reizen, over kunst. Over lekker eten. Over boeken en exposities. Over vroeger, over ons. Hier heerst precies de goede sfeer. Het restaurant wordt gevuld met duizenden geluiden. Als een doorlopende langspeelplaat vol geroezemoes en rinkelende glazen die zich geruisloos vermengt met de muziek. De juiste achtergrond voor een goed gesprek. We beginnen met wijn. En delen de oesters. We hebben altijd te veel te bespreken. Ik neem de kalfsmuis. Klinkt gezellig. En zij natuurlijk de rib-eye.
‘Ik ben een carnivoor’, zegt ze tegen de ober. Die lacht en raadt haar een passende wijn aan. Het licht is warm. Vurig. De koks in de keuken balanceren hun zware zwarte pannen boven brandende fornuizen. Haar ogen glinsteren. Bij Willems is alles echt. Van de verse roomboter tot de huisgemaakte pepermunt. En alles ruikt lekker. Het vers afgebakken brood. De olijfolie. Zij. Eerlijk eten. Dat is het. Dat doen we. Nog een fles wijn. En dan de kaasplank. We hoeven nergens meer naartoe. Ook niet voor de koffie. Hier willen we alles proeven. We hebben alleen gegeten. Eerlijk. Echt. Dat was genoeg.